De waarheid is geen democratie
Gezondheid
René van den Berg
Gezondheid
02/26/2026
2 min

De waarheid is geen democratie

02/26/2026
2 min

Over postmodernisme, voeding en de grenzen van interpretatie

In het publieke debat over voeding hoor ik het steeds vaker:

“Dat is jouw mening.”
“Dat is jouw waarheid.”
“Ik heb een andere waarheid.”

Die formuleringen lijken tolerant. Ze klinken volwassen. Maar ze bevatten een fundamentele denkfout.

Waarheid is geen democratische stemming.

Objectieve realiteit bestaat

Als iemand van de Eiffeltoren springt zonder bescherming, overlijdt hij. Dat is geen mening. Dat is geen narratief. Dat is geen perspectief. Het is een voorspelbaar gevolg van zwaartekracht en menselijke fysiologie.

  • Je kunt het ontkennen.
  • Je kunt het anders framen.
  • Je kunt zeggen dat het “jouw waarheid” niet is.
  • Maar je lichaam onderhandelt niet met ideologie.

In de natuurwetenschappen is waarheid niet afhankelijk van consensus. Zij is afhankelijk van reproduceerbare waarneming. De lever ontgift niet “volgens perspectief”. Maagzuur heeft geen politieke voorkeur. Hemoglobine transporteert zuurstof ongeacht ideologische overtuiging.

Het postmodernistische probleem

De gedachte dat waarheid relatief is, is geen onschuldige filosofische oefening. Zodra waarheid vloeibaar wordt, wordt macht de arbiter van realiteit.

Als er geen objectieve maatstaf meer bestaat, dan wint degene met de grootste instituties, het grootste mediabereik, de grootste politieke hefboom.

De twintigste eeuw heeft laten zien waar dat toe kan leiden. In de Sovjet-Unie werd waarheid gedefinieerd door de staat. Biologie werd ondergeschikt gemaakt aan ideologie. Wetenschap werd politiek instrument. Het resultaat was niet enkel intellectuele chaos, maar menselijke catastrofe — tientallen miljoenen doden onder een regime waarin afwijking van de officiële waarheid gevaarlijk was.

Wanneer waarheid wordt losgelaten, ontstaat geen vrijheid. Er ontstaat machtsconcentratie.

Voeding is geen mening

Dit brengt ons bij voeding.

De vraag of de mens primair plantaardig, omnivoor of carnivoor is, is geen esthetische voorkeur. Het is een biologische vraag. En biologische vragen worden beantwoord met anatomie, fysiologie en empirisch bewijs.

Kijk naar het menselijke spijsverteringsstelsel:

  • Een extreem zure maag (pH 1–2), vergelijkbaar met obligate carnivoren.
  • Een relatief korte darm ten opzichte van herbivoren.
  • Geen fermentatiekamer zoals een pens.
  • Essentiële nutriënten (B12, retinol, DHA, heemijzer) die primair of uitsluitend uit dierlijke bronnen komen.

Dat zijn geen meningen. Dat zijn anatomische observaties.

Stabiele isotopen: wat aten onze voorouders werkelijk?

Een van de meest onderschatte bewijslijnen komt uit stabiele isotopenanalyse. Door de verhouding van stikstof-15 (¹⁵N) in fossiele botten te meten, kan men bepalen op welk trofisch niveau een organisme zich bevond.

Wat blijkt uit paleolithische data?

De mens zat op een trofisch niveau vergelijkbaar met toppredatoren. In sommige studies zelfs hoger dan wolven of hyena’s. Dat betekent dat onze voorouders primair dierlijk eiwit en vet consumeerden. Niet als bijgerecht. Niet als incidentele aanvulling. Maar als hoofdbestanddeel van het dieet. Dit is geen ideologie. Het is biochemische signatuur.

U hoeft het er niet mee eens te zijn

Hier ontstaat vaak frictie. Want als voeding niet subjectief is, dan betekent dat dat sommige overtuigingen onjuist zijn.

U hoeft het er niet mee eens te zijn dat de mens evolutionair een hypercarnivoor was.
U kunt het ontkennen.
U kunt andere studies citeren.

Maar ontkenning verandert de data niet.

Waarheid is niet afhankelijk van instemming.

Thomas Sowell merkte ooit op dat het grote gevaar niet zit in onwetendheid, maar in misplaatste zekerheid. Wanneer mensen morele superioriteit verwarren met empirisch bewijs, ontstaat beleid dat losstaat van realiteit. Het menselijk metabolisme reageert echter niet op morele intenties. Het reageert op biochemie.

De prijs van relativisme

Wanneer waarheid wordt gereduceerd tot perspectief, vervaagt het onderscheid tussen data en narratief. Dan wordt wetenschap een sociologisch proces in plaats van een empirisch proces. In dat klimaat wordt het mogelijk om:

Epidemiologie te verwarren met causaliteit.
Correlaties als bewijs te verkopen.
Evolutionaire biologie te negeren ten gunste van ideologische voedingsrichtlijnen.

Maar de menselijke fysiologie blijft onveranderd.

U kunt de zwaartekracht ontkennen.
U kunt evolutionaire adaptatie negeren.
U kunt zeggen dat het “uw waarheid” niet is.

Maar het lichaam voert de rekening uit.

Conclusie

De vraag is niet of waarheid bestaat. De vraag is of wij bereid zijn haar onder ogen te zien wanneer zij indruist tegen onze overtuigingen.

De mens heeft een verteringssysteem, een zuurprofiel, een nutriëntenbehoefte en een evolutionaire geschiedenis die wijzen op een primair dierlijk voedingspatroon.

Dat is geen mening.
Dat is geen narratief.
Dat is geen identiteitspolitiek.

Dat is een waarneembare realiteit.